interviews · Eigen werk
Margriet zet zich in voor een politiek die luistert: ‘Niets doen zit niet in mijn bloed’
Op een nazomerdag trekt Margriet namens Volt de Afrikaanderbuurt in. De restanten van de markt worden opgeruimd, terwijl de avondzon over plastic stoeltjes valt. Groepjes vrouwen drinken thee. Kinderen spelen in het park. Hét moment waarop Margriet het gesprek opent met één simpele vraag: “Stemt u?”
Voor Margriet Berkhout en Volt is dit geen campagnepraatje. Samen met partijgenoten trekt ze – ook buiten verkiezingstijd – de wijken in om te praten over de politiek. “Zo zien we wat er speelt en waar we samen iets aan moeten doen.”
Het typeert Margriet. Na een lange carrière in het onderwijs is ze ook tijdens haar pensioen nog druk. Ze helpt statushouders met studeren en zit in de adviesraad van een mbo. “Ik kan de huidige politieke situatie niet lijdzaam toezien en zeggen: ik heb een mooi leven gehad het zal wel. Niets doen zit niet in mijn bloed.” Ondertussen praat Margriet er opvallend bescheiden over. Ze bagatelliseert haar inzet, alsof het de normaalste zaak van de wereld is dat ze ook na haar pensioen nog overal haar schouders onder zet.
Luisteren in plaats van overtuigen
Dat nuchtere idealisme neemt ze ook mee de straat op. “We gaan niet de wijk in om mensen te overtuigen Volt te stemmen”, vertelt ze. “Het doel is om mensen naar de stembus te krijgen. Als dat lukt en ze praten er daarna met familie of vrienden over, ben ik tevreden.” Dat iemand dan voor een andere partij kiest, is geen probleem. “Het gaat erom dat we mensen aan het denken zetten. Soms blijft het bij een kort praatje, soms groeit er een echt gesprek. Je weet nooit wat blijft hangen. Maar als iemand er achteraf verder over praat, kan dat uiteindelijk meer in beweging zetten dan je denkt.”
Zo raakt ze op die nazomeravond in de Afrikaanderbuurt aan de praat met drie mbo-studenten. “Na mijn vraag klonk meteen: ‘We weten dat we mogen stemmen, maar we hebben er eigenlijk nog nooit serieus over nagedacht.’ Achteraf had ik het idee dat ze iets bewuster naar politiek keken.” Volgens Margriet zit daar precies de kracht van hun manier van werken. “Alleen al dat we mensen vragen wat ze van politiek vinden, is voor velen een openbaring.”
“Mensen weten misschien niet alles, maar ze zijn zeker niet dom.”
Maar niet elk gesprek levert iets op. In het centrum van Rotterdam merkt Margriet hoe groot de afstand kan zijn. “Daar zijn mensen vaak gehaast. Ze zijn bezig met boodschappen of hebben gewoon geen zin om over politiek te praten.” Toch zijn er altijd uitzonderingen. “Een oudere man in een scootmobiel ging het gesprek aan. Hij zei: ‘Ik ben hartstikke racistisch.’ Uiteindelijk bleek dat hij decennia terug door zijn streng-katholieke schoonouders letterlijk de deur uit was gezet. Hij haatte niemand, hij was nog steeds boos over wat hem was overkomen. Dat liet zien dat als je doorvraagt er vaak veel meer achter blijkt te zitten.”
En juist dat doorvragen maakt voor Margriet het verschil. Ze hoeft niemand te overtuigen, maar wil laten zien dat luisteren wél kan. “Mensen weten misschien niet alles, maar zijn zeker niet dom. Ze voelen feilloos aan of je echt geïnteresseerd bent of alleen maar komt om je eigen punt te maken. Daarom is het belangrijk om gewoon oprecht het gesprek aan te gaan.”
En dat het soms bij een kort praatje of een handdruk zonder vervolg blijft, is voor Margriet geen probleem. Zo benadrukt ze: “Het gaat erom dat we er zijn. Dat mensen zien: de politiek luistert ook naar mij. Al is het maar vijf minuten.” Of het ook werkt? “Onze aanpak is nog niet bewezen. Het is in ieder geval een stap in de goede richting”, zegt Margriet nuchter. “Rotterdam heeft geen pretenties. Niet lullen, maar vakkenvullen. Dat past bij hoe we dit doen: stap voor stap verschil maken.”