Terug

reportages · Eigen werk

Filterkoffie en filterbubbels

Een cappuccino? Op het Rotterdam Coffee Fest is het haast taboe. Hier draait het om de aeropress, de V60, nitro-coldbrew's en cuppings. Volgens de zelfverklaarde koffiekenners van Rotterdam zijn dát de manieren om het beste uit een boon te halen.

De geur van versgemalen koffie hangt als een warme deken boven het menselijk gedrang in het Rotterdamse Timmerhuis. Exclusieve bonen uit Guatemala, Rwanda en Thailand passeren de revue. Glimmende espressomachines staan te sissen onder het goedkeurend oog van barista's met zorgvuldig gestylede snorren. Tussen de kraampjes verplaatsen zich yuppen in bodywarmers, peuters op Veloretti-loopfietsen en ouders die hun flat white proberen recht te houden.

Meer dan melk en schuim

Wat op het eerste gezicht een koffiefestival lijkt, heeft ook veel weg van een markt voor lifestyle en status. Internationale merken pronken met hun nieuwste machines en havermelkvarianten. Hun vertegenwoordigers praten gepassioneerd over druk, temperatuur en maalgraad, terwijl de bezoekers van alles proeven, beoordelen en vergelijken. Hier staat niet alleen de smaak van koffie ter discussie, maar ook je identiteit.

“Het is lastig om hier níet te veel cafeïne binnen te krijgen,” lacht Drew (26) uit Californië, met een single-origin filterkoffie uit Guatemala in de hand. Hij verhuisde vorig jaar naar Rotterdam en noemt specialty coffee zijn sociale lijm. “Iedereen hier praat over branding, maalgraad en temperatuur alsof het wetenschap is. Maar het is ook gewoon een manier om mensen te ontmoeten.”

Het publiek bestaat grotendeels uit witte twintigers en dertigers: stedelingen die hun quarterlifecrisis wegdrinken met een kopje mokka uit Rwanda of Peru. Een groep die – niet zonder reden – weleens weggezet wordt als de havermelkelite. Onder hen opvallend veel expats uit landen als Singapore, Zwitserland en de Verenigde Staten. Engels lijkt het Nederlands haast te verdringen. De specialty coffee-cultuur is internationaal, maar de sfeer opmerkelijk homogeen.

De taal van koffie

Tussen de kraampjes valt een stand op waar helemaal niets wordt gemalen of geschonken. Daar staat Simon, oprichter van Fika, een app waarmee koffieliefhebbers hun favoriete cafés en branderijen kunnen beoordelen. “De app draait om community,” zegt hij met zijn Australische tongval. “Maar uiteindelijk gaat het bij koffie juist om het fysieke samenkomen. Het is een sociaal ritueel.”

Hij spreekt het woord ‘gezelligheid’ met een charmant Australisch accent uit. De ‘g’ zacht, de klinkers iets te rond. Juist door dat woord te gebruiken, onderstreept hij onbedoeld zijn punt: koffieleuten is voor veel internationals een manier om thuis te geraken in Nederland. In de koffiebar wordt verbondenheid gebrouwen, al blijft die bubbel voorlopig exclusief en weinig divers.

Wie hier zonder kennis van zaken binnenloopt, heeft het zwaar. Een simpele cappuccino vinden is een hele klus. “We hebben alleen filter en espresso,” zegt Beau van Schot Coffee Roasters, een kleine branderij uit Delfshaven. Achter zijn stand legt hij met zichtbaar plezier uit wat de verschillen zijn tussen een gewassen en een ongewassen boon en tussen licht en donker gebrand. “Koffie is precisiewerk. Elk detail telt.”

Beau werkt al jaren in de Rotterdamse koffiescène en kent de gemeenschap van binnen en buiten. “We zijn allemaal concullega's,” zegt hij, met een grijns. “Verschrikkelijk woord, maar het dekt de lading. Iedereen helpt elkaar. Ook nieuwe zaken, en dus eigenlijk concurrenten, in de buurt.”

Al klinkt zijn verhaal oprecht, tussen de rijen stands lijkt samenwerking soms vooral een beleefde vorm van concurrentie. Elke brander staat voor de taak zich nét iets duurzamer, innovatiever of stijlvoller te presenteren dan de rest, om zo een publiek te trekken dat zonder blikken of blozen tien euro aftikt voor een kop Ethiopische filterkoffie.

Cafeïne als lifestyle

Terwijl het geroezemoes toeneemt, vult de lucht zich met vleugjes karamel en citrus. Bezoekers fotograferen hun latte-art alsof hiermee het bewijs van goede smaak is geleverd. Alles draait om uiterlijk: esthetiek is de kroon op het werk, van minimalistische kraampjes tot linnen schorten en glanzende koperen ketels.

Toch schuilt onder de perfect uitgefilterde schuimlagen ook iets substantieels. Thema's als herkomst, eerlijke handel en klimaatverandering komen vanzelf aan bod. Geen koffie zonder boeren, arbeid, inkomen en milieuproblematiek.

Aan het einde van de middag daalt het tempo. Bezoekers zitten op houten krukken, de ogen nog net niet trillend van cafeïne. Wie hier rondkijkt, ziet hoe een simpel zwart drankje is uitgegroeid tot statussymbool, sociaal bindmiddel en zelfexpressie in één. De koffiecultuur in Rotterdam bloeit, al krijgt de zoektocht naar perfectie soms een bittere nasmaak, van exclusiviteit in plaats van gezelligheid.